Eindarrest, advocaat ingeschakeld door OR spreekt de ondernemer rechtstreeks aan tot betaling van haar kosten. Omdat de ondernemer en de OR inmiddels zijn opgeheven, resteert als grondslag voor voldoening van de factuur van de advocaat een onrechtmatige daad van de ondernemer. Het hof oordeelt dat de ondernemer onrechtmatig heeft gehandeld jegens de advocaat door haar factuur niet te voldoen. Allereerst heeft de ondernemer zich richting de OR met betrekking tot de betaling van de factuur van de advocaat op het door het hof bij zijn tussenarrest als onjuist beoordeelde standpunt gesteld dat sprake was van een jaarlijks budget in de zin van artikel 22 lid 4 WOR. De ondernemer kan de advocaat niet tegenwerpen dat zij de OR had moeten adviseren een procedure ex artikel 36 lid 2 WOR te voeren of ervoor zorgdragen dat de OR haar rechten terzake aan de advocaat had gecedeerd. De factuur van de advocaat is door de opheffing van de ondernemer en de OR oninbaar geworden, terwijl de kosten van de advocaat wel redelijkerwijs noodzakelijk zijn geweest voor de vervulling van de taak van de OR. Het hof veroordeelt de ondernemer tot betaling van de factuur van de advocaat. artikel 24 en 25 Rv en artikel 22 en 36 WOR Zie ECLI:NL:GHAMS:2021:2825.
| Original language | Dutch |
|---|
| Article number | 53 |
|---|
| Pages (from-to) | 33-35 |
|---|
| Number of pages | 3 |
|---|
| Journal | Tijdschrift Recht en Arbeid |
|---|
| Volume | 2022 |
|---|
| Issue number | 6/7 |
|---|
| Publication status | Published - 2022 |
|---|
| Court | Gerechtshof Amsterdam |
|---|
| Date of judgement | 5/04/22 |
|---|
| ECLI ID | ECLI:NL:GHAMS:2022:1037 |
|---|
| Court | Gerechtshof Amsterdam |
|---|
| Date of judgement | 28/09/21 |
|---|
| ECLI ID | ECLI:NL:GHAMS:2021:2825 |
|---|