Calamiteitentoezicht in de ouderenzorg en gehandicaptenzorg. Een evaluatie van een beleidswijziging in de care-sector per 1 oktober 2015.

David de Kam, Kor Grit, Roland Bal

Research output: Working paperAcademic

Abstract

Vanaf 1 oktober 2015 zijn twee beleidswijzigingen van kracht voor het incidententoezicht in de ouderen- en gehandicaptenzorg. Zorginstellingen zijn verplicht om bij calamiteiten als gevolg waarvan een cliënt is overleden, het onderzoek naar de calamiteit te laten voorzitten door een externe voorzitter en de IGZ gaat de nabestaanden meer betrekken bij het onderzoek. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) verzocht om het effect van deze beleidswijzigingen in de ouderen- en gehandicaptenzorg een jaar na dato te evalueren. Dit onderzoek suggereert dat de kwaliteit van het onderzoek door een calamiteitencommissie verbetert bij het inzetten van een externe voorzitter. Het is echter moeilijk om dit effect volledig toe te schrijven aan de beleidswijzigingen. De beleidswijzigingen sluiten namelijk aan bij eerdere inspanningen van zowel de inspectie als het veld om het onderzoek naar calamiteiten te verbeteren en lijken een katalyserende werking te hebben gehad, voornamelijk op de ouderenzorg. We concluderen ook dat de meerwaarde van een externe voorzitter niet vanzelfsprekend is, maar situationeel en dus per calamiteit, per instelling en wellicht ook per sector verschillend is. Zo is een externe voorzitter van waarde als de aard van de calamiteit om extra waarborgen van de onafhankelijkheid van onderzoek vraagt, bijvoorbeeld als deze inhoudelijk complex is of een grote impact heeft op de betrokkenen. Ook kan het aanbeveling verdienen om een externe voorzitter aan te stellen als een instelling herhaaldelijk te maken heeft met eenzelfde type calamiteit, of wanneer een instelling over onvoldoende methodische expertise beschikt om deskundig onderzoek te doen naar een calamiteit. Daarnaast blijkt dat nabestaanden veelal vertrouwen hebben in het onderzoek naar de calamiteit door de zorginstelling. Nabestaanden vinden het contact met de inspectie prettig, omdat ze hun verhaal kunnen doen, maar dit is nazorg die we van de instelling en niet zozeer van de inspectie mogen verwachten. Het rapport geeft ook een aantal aanbevelingen aan de inspectie.
Original languageDutch
Place of PublicationRotterdam
PublisherInstituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG)
Number of pages64
Publication statusPublished - 2017

Cite this