De coördinatieopgave van e-government (Een internationaal vergelijkend onderzoek naar de coördinatie van e-government in Denemarken, Oostenrijk en Nederland)

GS (Guido) van Os

Research output: Types of ThesisDoctoral ThesisInternal

Abstract

Het aanbieden van geïntegreerde en gepersonaliseerde overheidsdiensten via het internet is wereldwijd volop in ontwikkeling. Veel landen bieden burgers in verschil- lende gradaties toegang tot digitale overheidsdiensten. Het aanbieden van verschil- lende, vaak samenhangende diensten via een geïntegreerd digitaal loket of website wordt ook wel de fronto ce genoemd. Een fronto ce is afhankelijk van informatie uit een backo ce. De backo ce van de dienstverlening omvat alle processen die betrokken organisaties inzetten om digitale diensten via een digitaal loket te kunnen aanbieden. Het afstemmen van deze verschillende backo ce-processen is een co- ordinatieopgave waar veel overheden mee worstelen. Een coördinatieopgave betreft niet louter een technologische standaardisatie. Het betekent vaak ook een beperking of wijziging in de beleidsvrijheid en eigenaarschap van de informatieverwerking voor de organisaties die samenwerken bij het aanbieden van digitale overheidsdiensten. In dit proefschrift wordt het verschijnsel elektronische dienstverlening inclusief de vereiste samenwerking tussen verschillende backo ces aangeduid met de term electronic government, afgekort als ‘e-government’. Verschillende West-Europese landen werken zelfstandig aan het oplossen van de coördinatieopgave waarmee zij zich geconfronteerd zien. De verschuiving van het eenzijdige aanbod van digitale diensten naar geïntegreerde e-government oplos- singen, vergroot de roep om een internationale samenwerking bij digitale vraagstuk- ken. Tegelijkertijd bevinden West-Europese landen zich in een speci eke structuur en laten zich bij het organiseren van coördinatie in de backo ce van elektronische dienstverlening leiden door land- of sectorspeci eke kenmerken. Het doel in dit proefschrift is om de coördinatie van e-government tussen West-Euro- pese landen te vergelijken en te bestuderen in welke mate mogelijke overeenkomsten of verschillen worden verklaard. Om de organisatie van e-governmentcoördinatie te onderzoeken zijn in Denemarken, Oostenrijk en Nederland e-government initiatie- ven op twee niveaus bestudeerd. In de eerste plaats zijn nationale e-government projecten bestudeerd die als doel hebben om overheidsbreed digitale informatie te koppelen. Ook is in Denemarken, Oostenrijk en Nederland geanalyseerd hoe op sectoraal niveau – de keten van werk en inkomen - de coördinatie van e-government is georganiseerd. De belangrijkste conclusies van dit onderzoek zijn: samEnvaTTing 263 DE COöRDINATIEOPGAVE VAN E-GOVERNMENT • Een internationaal beleidsnetwerk beïnvloedt de discussie over hoe de coördi- natie van nationale e-government initiatieven wordt georganiseerd. Dit leidt er toe dat in Denemarken, Oostenrijk en Nederland vergelijkbare ideeën ontstaan omtrent e-governmentcoördinatie op nationaal niveau; • De concrete coördinatieaanpak van nationale e-government projecten in Dene- marken, Oostenrijk en Nederland wordt beïnvloed door de kenmerken van de bestuurlijke structuur. Dit heeft als gevolg dat coördinatieacties tussen Dene- marken, Oostenrijk en Nederland verschillen op nationaal niveau; • De organisatie van coördinatie van e-government op sectoraal niveau (de keten van werk en inkomen) wordt in Denemarken, Oostenrijk en Nederland beïnvloed door de structuurkenmerken van de keten. Hierdoor verschilt e-governmentco- ordinatie tussen de ketens in Denemarken, Oostenrijk en Nederland. • Door de invloed van de bestuurlijke structuur op nationale e-governmentcoördinatie en de invloed van de kenmerken van keten op sectorale e-governmentcoördinatie treden verschillen op tussen nationaal- en sectoraal niveau in een land. De centrale onderzoeksvraag in dit proefschrift was: Hoe kunnen overeenkomsten en verschillen in de coördinatie van e-government in een aantal West-Europese landen worden verklaard? Om deze vraag te beantwoorden, is in hoofdstuk 2 eerst het concept coördinatie gede nieerd. Coördinatie is het vermogen van sociale, politieke en bestuurlijke au- toriteiten om de taken die door een organisatie wordt uitgevoerd via hiërarchische interactie of netwerk interactie te controleren en te stimuleren. Actoren maken een impliciete en/of expliciete overweging over de mate van beïnvloeding, het object van coördinatie, het toepassen van bepaalde beleidsinstrumenten, en de vermeende doelmatigheid, doelgerichtheid en legitimiteit van coördinatie. Deze conceptualise- ring van coördinatie resulteert in twee ideaaltypische coördinatievormen: verticale coördinatie en horizontale coördinatie. Deze twee typen coördinatie zijn sterk ana- lytisch van aard komen niet een-op-een terug in de empirie. De twee geformuleerde ideaaltypen zijn ook geen vaststaande en onveranderlijke variabelen. Door het heu- ristisch karakter van het onderzoek is het mogelijk om aan de hand van empirisch onderzoek de coördinatievormen te ver jnen en te verbijzonderen. Verticale coördinatie heeft een ondergeschikte relatie en hiërarchische interactie tussen sociale, politieke- en bestuurlijke actoren als kenmerk. Hiërarchische inter- actie en het opzetten van formeel gezag helpt om grip te houden op een complexe beleidssituatie. Het top-down standaardiseren van activiteiten vergroot daarbij tevens de centrale beheersing; het is makkelijker om te controleren of taken correct 264 worden uitgevoerd. Door top-down beïnvloeding ontstaan centrale doelstellingen, formele taakverdeling en formele werkprocessen. Hierbij zetten centrale actoren beleidsinstrumenten in om het gedrag van andere actoren dwingend en direct te sturen. Bijvoorbeeld, wetgeving en beleidsregels die dwingend voorschrijven om speci eke handelingen te verrichten. Een voorbeeld is het functioneren van justitiële inrichtingen. Het is wettelijk exact vastgelegd en gestandaardiseerd hoe bewaarders dienen te handelen. Dit maakt controle mogelijk en verkleint het risico op fouten. De handelingen van onder ander bewaarders wordt gecontroleerd door voorgeschreven taken te monitoren. Door monitoren wordt getracht het beleidsresultaten te meten en consequenties te verbinden aan het niet behalen van beleidsresultaten. Bij horizontale coördinatie ligt de nadruk op de zelfredzaamheid en zelfsturing van bestuurlijke actoren. Wederzijds afhankelijkheden resulteren in netwerk interactie. Door min of meer duurzaam interactiepatronen en ingesleten sociale relaties tussen wederzijds afhankelijke actoren vormt zich een netwerk rond een maatschappelijk vraagstuk of rondom een beleidsprobleem en/of cluster van middelen. Wederzijds afhankelijke actoren onderhouden vervolgens contact omdat ze hulpmiddelen bezitten en op hun beurt hulpmiddelen van andere nodig hebben (geld, kennis, informatie). Samenwerking, overleg en onderhandeling tussen individuele partijen zijn kenmerkend voor horizontale coördinatie. Beleidsinstrumenten, waaronder subsidies, voorlichting en training, worden ingezet om actoren te motiveren be- paalde handelingen te vertonen of juist na te laten. Nadat coördinatie is gede nieerd, is het voor de hoofdvraag van belang om te bepalen hoe overeenkomen en verschillen kunnen worden verklaard. Hoofdstuk 3 introduceert de concepten contingentie en convergentie in het analytisch kader. De uit de institutionele- en contingentie theorie afkomstige ideeën zijn in recent onder- zoek gepresenteerd als analytisch samenhangende concepten die gezamenlijk een mogelijke verklaring bieden voor het optreden van verschillen en overeenkomsten in beleid tussen landen. In lijn met en aanvullend op eerder onderzoek worden de concepten, de mogelijke samenhang en de verklarende kracht van beide concepten empirisch onderzocht. Bij het formuleren van een verklaring op basis van contingentie en convergentie, en de empirische resultaten uit Denemarken, Oostenrijk en Nederland is een onder- scheid gemaakt tussen drie onderdelen in het coördinatieproces waar mogelijkerwijs contingentie en/of convergentie kan optreden, namelijk: • Terminologie in het kader van e-government – vocabulaire/ retoriek die wordt gebruikt om e-government te typeren in beleidsstukken; samEnvaTTing 265 DE COöRDINATIEOPGAVE VAN E-GOVERNMENT • Beleidsbeslissingen betre ende e-government – programma dat vaststelt wat e-government is, wat het object van coördinatie is en wat het doel is van e- government; • Coördinatieacties – het daadwerkelijke implementatieproces van beleidspro- gramma’s; de concrete coördinatieaanpak die wordt gebruikt om de doelstel- lingen van e-government te realiseren (gedragsbeïnvloeding). Het contingentieconcept veronderstelt dat bestuurlijke organisaties rationeel en functioneel handelen. Aan de hand van omgevingsfactoren bepaalt een organisatie of handelingen worden gedi erentieerd en gedecentraliseerd; Of dat taken juist worden gecentraliseerd en vanuit een hiërarchische aanpak worden aangestuurd. In een complexe (d.w.z. veranderlijke, gedi erentieerde en/of vijandelijke) omge- ving zullen organisaties zoeken naar manieren om met deze omstandigheden om te gaan. Over het algemeen kiezen organisaties in een complexe omgeving voor di erentiatie van taken, zodat actoren in organisaties zelfsturend vermogen ontwik- kelen en zich snel kunnen aanpassen aan de complexe omgeving. Een stabiele en consistente omgeving daarentegen zal, volgens contingentietheoretici, actoren in organisaties ertoe aanzetten om routinematige patronen en– structuren te ontwik- kelen, en te implementeren. Zo kunnen deze organisaties optimaal gebruik maken van schaalvoordelen. Een gangbare benaming van een invloedrijke omgevingsfactor is die van bestuur- lijke structuur. De bestuurlijke structuur verwijst enerzijds naar de verdeling van publieke taken tussen bestuurlijke organisaties en de formeel toegekende autono- mie die bestuurlijke organisaties hebben. Anderzijds geeft de bestuurlijke structuur inzicht in het politieke systeem en de daarbij behorende conventies omtrent de responsiviteit van bestuurlijke organisaties en de heersende formele machtsrelaties tussen bestuurlijke partijen. Daarbij is
Original languageDutch
Awarding Institution
  • Erasmus University Rotterdam
Supervisors/Advisors
  • Bekkers, Victor, Supervisor
  • Homburg, Vincent, Supervisor
Award date17 Sep 2015
Place of PublicationRotterdam
Publisher
Print ISBNs9789461696991
Publication statusPublished - 17 Sep 2015

Cite this