Derdenwerking en de Caraïben

Dick Zwitser, KF (Krijn) Haak

Research output: Chapter/Conference proceedingChapterAcademic

Abstract

Derdenwerking van contracten ten nadele van derden is door de Hoge Raad gebaseerd op de redelijkheid en billijkheid. De uitdaging is nu om op deze basis naar meer vaste rechtsregels te zoeken. Rechtsvergelijking kan hierbij helpen. Naar Engels recht strekt het leerstuk bailment tot voorbeeld, maar dit wordt wel opgerekt buiten de traditionele grenzen van dit leerstuk. Naar Amerikaans recht strekt de opgerekte vertegenwoordiging tot voorbeeld, maar omdat dit geen echte vertegenwoordiging is, zijn de grenzen niet goed aan te geven. In het arrest Heinrich J. heeft het Gemeenschappelijk Hof een in dit internationaal kader goede uitspraak gegeven door art. 7:608 lid 2 BW uit bewaarneming tot uitgangspunt te nemen en dit ook toe te passen op de stuwadoor die geen bewaarnemer is, maar die wel toestemming heeft gekregen om de betreffende zaak te lossen. De toepassing op de stuwadoor is maar een kleine stap, die gezet moet worden op grond van dezelfde eisen van het handelsverkeer die ook aan de wieg hebben gelegen van art. 7:608 lid 2 BW.
Original languageDutch
Title of host publicationE Hofi di Ley
EditorsE. Witjens e.a.
Place of PublicationDen Haag
PublisherBoom Juridische Uitgevers
Pages295-315
Number of pages21
ISBN (Print)9789089749666
Publication statusPublished - 2014

Cite this