Skip to main navigation Skip to search Skip to main content

Een verborgen planeet tussen nevelsterren: René Descartes aan Constantijn Huygens, 4 december 1649

Research output: Chapter/Conference proceedingChapterAcademic

Abstract

Huygens had zijn zinnen op Descartes gezet. Na zijn eerste ontmoeting met de Franse wetenschapper en filosoof in april 1632, tijdens een ‘avondje Descartes’ georganiseerd door Jacob Golius, de Leidse hoogleraar in wiskunde en Oosterse talen, schreef hij de gastheer een brief vol geestdrift. Huygens was, vertelde hij Golius, jaloers op zijn vriendschap met die bewonderenswaardige man. Zelf had hij, zo ging Huygens verder, niet zo’n lage eigendunk dat hij Descartes om zijn vriendschap zou smeken, noch wilde hij zo indiscreet zijn het teruggetrokken bestaan van de man te verstoren, maar aangezien Descartes had laten vallen dat hij misschien de Republiek zou verlaten, zou iemand iets moeten doen om te voorkomen dat de vrucht van zijn werk elders tot wasdom zou komen. Golius begreep wat er van hem verwacht werd en zocht Descartes op in Amsterdam, maar hij moest Huygens, ‘de beschermheer van de Muzen en de wetenschappen’, teleurstellen: Descartes wees Huygens’ aanbod zijn beschermheer te worden beleefd maar beslist af. Descartes had weinig trek in verplichtingen en bovendien was hij van plan was zijn eerste werk anoniem te publiceren, zodat hij het onmogelijk aan iemand kon opdragen. En misschien wilde Descartes wel geen patronage accepteren van iemand die op de maatschappelijke ladder zijn gelijke was, of zelfs een trede lager stond, want Descartes was een edelman, Huygens niet.
Een hernieuwde kennismaking drie jaar later legde niettemin de basis voor een langdurige vriendschap, en was het begin van een omvangrijke briefwisseling [...]
Original languageDutch
Title of host publicationConstantijn Huygens: een leven in brieven
EditorsIneke Huysman, Ad Leerintveld
PublisherUitgeverij Catullus
Pages176-181
Edition1
ISBN (Print)9789492409577
Publication statusPublished - 2022

Cite this