Eindarrest over de reikwijdte van het begrip ‘heffingsgrondslag’ om vast te kunnen stellen welke tariefmaatregel van toepassing is; de tariefmaatregel ten tijde van de plaatsing onder de regeling actieve veredeling schorsing enerzijds of de tariefmaatregel ten tijde van het beëindigen van die regeling en het in het vrije verkeer brengen anderzijds

Ilona van den Eijnde

Research output: Contribution to journalCase noteProfessional

Abstract

Belanghebbende heeft, onder toepassing van het Communautair Douanewetboek, een vergunning actieve veredeling schorsing verkregen voor de verwerking van hydrolisanten tot een grondstof gebruikt in de voedselindustrie. Op de
goederencode die van toepassing is op de invoergoederen, is tot 2014 een preferentieel tarief van toepassing voor zover de goederen van oorsprong zijn uit Thailand (als onderdeel van het Algemeen Preferentieel Systeem). Ten aanzien van een deel van de veredelingsproducten heeft belanghebbende besloten om deze niet weder uit te voeren, maar in het vrije verkeer te brengen. Om het tarief te bepalen dat van toepassing is op de goederen die worden ingevoerd, is
belanghebbende op grond van het CDW uitgegaan van het tarief dat van toepassing was op het moment dat de goederen
onder de regeling actieve veredeling schorsing zijn geplaatst. De douaneautoriteiten zijn van mening dat in plaats daarvan
moet worden uitgegaan van de tariefmaatregel op het moment waarop de goederen in het vrije verkeer zijn gebracht. De
Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie, die hebben geleid tot het arrest Exter.[1] Het Hof
van Justitie oordeelde dat een preferentiële tariefmaatregel die ten tijde van de plaatsing onder de douaneregeling gold,
maar daarna is geschorst, niet alsnog kan worden toegepast bij het in het vrije verkeer brengen van de
veredelingsproducten. De Hoge Raad oordeelt in lijn met Exter en vernietigt de uitspraak van het Hof Amsterdam
Original languageDutch
Article number77
JournalFiscaal Weekblad FED
Volume2021
Issue number14
Publication statusPublished - 24 Jun 2021

Court cases

CourtHoge Raad der Nederlanden
Date of judgement18/12/20
ECLI IDECLI:NL:HR:2020:2081
Case number17/01695

Cite this