Emigratie Duitsland naar Zwitserland: ongeoorloofde heffing over latente meerwaarde

Research output: Contribution to journalCase noteProfessional

Abstract

In deze bijzondere zaak oordeelt het HvJ dat de Duitse exitheffing strijdig is met de vestigingsvrijheid uit de OVP, daar de belasting niet kan worden uitgesteld tot het moment van daadwerkelijke realisatie. In eerdere zaken oordeelde het HvJ echter dat de mogelijkheid tot gespreide betaling bij een exitheffing proportioneel was. Het HvJ lijkt in deze zaak derhalve een principiële beslissing te hebben genomen over de vraag hoe lidstaten hun exitheffingen moeten inrichten. De vraag rijst of deze "nieuwe" benadering eveneens kan worden doorgetrokken naar de exitheffing in de vpb-sfeer. Mocht dit het geval zijn dan zou zelfs de implementatie van ATAD1, die per 1 januari 2019 in werking is getreden, mogelijk strijdig kunnen zijn met de fundamentele vrijheden van het VWEU.
Original languageDutch
Pages (from-to)34-36
Number of pages3
JournalNLFiscaal
Volume2019
Issue number0665
Publication statusPublished - 2019

Court cases

TitleNLFiscaal 2019/0665
CourtHof van Justitie (HvJ)
Date of judgement26/02/19
ECLI IDECLI:EU:C:2019:138

Bibliographical note

geen doi

Cite this