Goederen voor diplomatieke betrekkingen; voorwaarde accijnsvrijstelling ongeoorloofd

Research output: Contribution to journalCase noteProfessional

Abstract

De vennootschap SIA MONO heeft bij de Douane van Letland onder toepassing van de vrijstelling van accijnzen accijnsgoederen (alcohol en sigaretten) aangegeven die door haar bij een Britse vennootschap en het Letse filiaal daarvan waren gekocht voor gebruik in het kader van diplomatieke of consulaire betrekkingen.
Na een belastingonderzoek door de Letse belastingdienst is SIA MONO verplicht om accijnzen te betalen voor het in het vrije verkeer brengen van de betrokken goederen omdat niet is voldaan aan de voorwaarde dat de werkelijke ontvanger van de goederen deze rechtstreeks aan de leverancier heeft betaald met niet-contante middelen.
De verwijzende rechter heeft aan het HvJ gevraagd of artikel 12 Richtlijn 2008/118 zich tegen denationale regeling verzet. Volgens A-G Rantos is dat het geval. Artikel 12, lid 1, Richtlijn 2008/118 verzet zich tegen een nationale regeling op grond waarvan accijnsvrijstelling wordt geweigerd indien de koper
de accijnsgoederen niet daadwerkelijk heeft betaald met niet-contante middelen, zonder dat, met name aan de hand van het certificaat van vrijstelling, kan worden aangetoond dat aan de in artikel 12, lid 1, van deze richtlijn gestelde voorwaarden voor vrijstelling is voldaan.
Original languageDutch
Article number1773
JournalNLFiscaal
Volume2021
Issue number1773
Publication statusPublished - 16 Sep 2021

Court cases

TitleSIA MONO
CourtHof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Date of judgement2/09/21
ECLI IDECLI:EU:C:2021:688
Case numberC-326/20

Cite this