Insolventieprocesrecht. Noot bij HR 13 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:416

Miranda van Eeden - van Harskamp

Research output: Contribution to journalCase noteProfessional

Abstract

De Hoge Raad heeft beslist dat de rectificatievordering van de gefailleerde niet is te beschouwen als een rechtsvordering in de zin van art. 25 en 27 Fw en dat de curator derhalve niet bevoegd was die rechtsvordering over te nemen. Dit baat de gefailleerde echter niet, omdat zij niet (tijdig) een rechtsmiddel heeft aangewend tegen de (rol)beslissing van de rechtbank dat de curator het geding overneemt. Met de overname van de procedure door de curator is de gefailleerde buiten het geding komen te staan en geen procespartij meer, zodat zij niet bevoegd was hoger beroep in te stellen tegen het op naam van de curator gewezen eindvonnis. Met zijn beslissing voegt de Hoge Raad weer een bouwsteen toe aan de muur van het insolventieprocesrecht.
Original languageDutch
JournalTijdschrift voor Insolventierecht (TVI)
Volume2020
Issue number36
Publication statusPublished - 2020

Court cases

TitleTijdschrift voor Insolventierecht (TVI) 2020/36
CourtHoge Raad
Date of judgement13/03/20
ECLI IDECLI:NL:HR:2020:416

Cite this