Abstract
Een klein dossier uit het Aartsbisschoppelijk archief te Mechelen heeft een alleraardigst boekje opgeleverd. De titel knipoogt naar Bunuel, maar daar houdt de vergelijking op; collega en tijdgenoot Urbain Grandier staat trouwens heel wat dichter bij de held van het verhaal. Het boekje gaat over een 28-jarige pastoor die in de nacht van 7 op 8 juni 1648, in de roes van de feestviering over de Vrede van Munster, te Oudenaarde de bijna zes jaar oudere Kathelijne Schamelhaut zou hebben bezwangerd. Dat beweerde ze althans toen bijna acht maanden later een jongetje werd geboren. Het stierf al spoedig maar voor pastoor Jan Schuermans van Ename begon toen de ellende. Hoewel hij zijn vaderschap vóór de bevalling leek te hebben erkend, onttrok hij zich later aan de gevolgen. Kathelijne had bij de doop ook een ander als vader opgegeven. In welke nacht was het eigenlijk gebeurd? Was Schuermans toen niet elders? Complotteerde men soms tegen hem? Was hij dus wel de vader, ondanks de schijnbare erkenning die uit eerder gedrag sprak? Rond die vraag, toen nog heel wat moeilijker te beantwoorden dan nu, is dit boekje gecomponeerd. De verschillende hoofdstukken dragen allerlei elementen voor de beantwoording aan. Schuermans' herkomst, zijn intelligentie, de verwachtingen die men van hem had als moreel en intellectueel leider van de dorpsgemeenschap, zijn conflict met de landdeken en de protectie van aartsdiaken Calenus, maar ook zijn reputatie als womanizer die op wat oudere vrouwen viel, handtastelijkheden of beschuldigingen van aanranding, andere ondeugden zoals zijn liefde voorde fles, een dubieuze vriendschap met een weggelopen non, en een romantische verhouding met Maria Hughe met wie hij even later in het zojuist Staats geworden Sluis wilde trouwen. Gaandeweg krijgen we een goed beeld van het kernprobleem waar de rechters van toen net zo mee worstelden als de historici van thans: dat van de waarheidsvinding. Wat is waar, wat is waarschijnlijk? Hoe om te gaan met tegenstrijdigheden? Milis' boek is een concrete speurtocht naar waarschijnlijkheden in een domein waar de vragen talrijker zijn dan de antwoorden. Het tast de context af om de gebeurtenis vlees en bloed
te geven, zodat ze tot een tastbaar en onontkoombaar feit wordt. Dat daarbij veel impliciete psychologie wordt gehanteerd, neemt de lezer op de koop toe.
Het verhaal wordt vlot verteld. Af en toe lijkt een term kantje boord—al wordt het sterke beeld van de pastoor met zijn penis in de hand niet uitgebuit. Dat er gedegen onderzoek achter zit, leren
de noten en de teksten in de bijlagen. Milis verstaat de kunst om in enkele zinnen de brede achtergrond en de maatschappelijke inbedding van ogenschijnlijk geïsoleerde feiten te geven. Gezinssamenstelling, huwelijksmoraal, minnen en zogen, sociale verhoudingen, netwerken en protectie, de kerkelijke organisatie, stad en platteland, de katholieke reformatie, feestcultuur, de nieuwe notie van 'publiek schandaal', alles komt in de tijd van een paragraaf tot leven. Alleen de laatste twee zinnen stelden me teleur. 'Met opzet', besluit Milis, is niet gezocht naar wat de pastoor na de Enaamse periode overkwam: 'We gunnen hem de eeuwige rust' (131). En de lezer dan? Die wat baldadige beslissing laat hem onvoldaan. De detective-story mist een ontknoping. Een historicus die zich zoveel moeite geeft om de gebeurtenis vanuit de context te belichten, kan toch niet in ernst menen dat de fragmenten van een levensverhaal in de tijd geheel los van elkaar staan?
te geven, zodat ze tot een tastbaar en onontkoombaar feit wordt. Dat daarbij veel impliciete psychologie wordt gehanteerd, neemt de lezer op de koop toe.
Het verhaal wordt vlot verteld. Af en toe lijkt een term kantje boord—al wordt het sterke beeld van de pastoor met zijn penis in de hand niet uitgebuit. Dat er gedegen onderzoek achter zit, leren
de noten en de teksten in de bijlagen. Milis verstaat de kunst om in enkele zinnen de brede achtergrond en de maatschappelijke inbedding van ogenschijnlijk geïsoleerde feiten te geven. Gezinssamenstelling, huwelijksmoraal, minnen en zogen, sociale verhoudingen, netwerken en protectie, de kerkelijke organisatie, stad en platteland, de katholieke reformatie, feestcultuur, de nieuwe notie van 'publiek schandaal', alles komt in de tijd van een paragraaf tot leven. Alleen de laatste twee zinnen stelden me teleur. 'Met opzet', besluit Milis, is niet gezocht naar wat de pastoor na de Enaamse periode overkwam: 'We gunnen hem de eeuwige rust' (131). En de lezer dan? Die wat baldadige beslissing laat hem onvoldaan. De detective-story mist een ontknoping. Een historicus die zich zoveel moeite geeft om de gebeurtenis vanuit de context te belichten, kan toch niet in ernst menen dat de fragmenten van een levensverhaal in de tijd geheel los van elkaar staan?
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Pages (from-to) | 420-421 |
| Journal | Bijdragen en Mededelingen Betreffende de Geschiedenis der Nederlanden |
| Volume | 110 |
| Issue number | 3 |
| DOIs | |
| Publication status | Published - 1995 |
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver