Ontwerpproblemen in de vennootschapsbelasting en de CBIT en ACE als systeemalternatieven

Research output: Chapter/Conference proceedingChapterAcademic

Abstract

De vennootschapsbelasting is een van de meest verstorende belastingen in de belastingmix. Het heffingsmodel kampt met diverse ontwerpproblemen. Deze bijdrage belicht een daarvan: de keuze voor het nominaal rendement eigen vermogen als heffingsmaatstaf voor de winstbelasting. Hoe zou de financieringsdiscriminatieproblematiek kunnen worden geadresseerd om te komen tot een meer neutrale objectafbakening? Om deze vraag te beantwoorden, worden, na een uiteenzetting van enige theoretische overwegingen, de effecten van de werking van de vennootschapsbelasting in zijn huidige vorm en twee systeemalternatieven: de ‘comprehensive business income tax’ (‘CBIT’) en de ‘allowance for corporate equity’ (‘ACE’). Dit aan de hand van een ‘running example. Systeemalternatieven in de vorm van cashflowbelastingen blijven onbesproken, Ook zal niet worden ingegaan op perikelen rondom subjectvaststelling en grondslagallocatie. Om de analyse beheersbaar te blijft de wisselwerking van voornoemde systeemalternatieven met de huidige uitgangspunten voor subjectvaststelling (lichamen) en grondslagallocatie (oorsprong) eveneens onbesproken. De zoektocht naar een optimaal heffingsobject verloopt aldus op geïsoleerde wijze.
Original languageDutch
Title of host publicationDe toekomst van de vennootschapsbelasting: lessen uit 50 jaar Wet VPB 1969
EditorsJ.L. Van de Streek, A.J.A. Stevens
Place of PublicationDeventer
Pages405-425
Number of pages21
Publication statusPublished - 2019

Bibliographical note

geen doi

Cite this