Abstract
Zodoende, komen wij tot de volgende twee onderzoeksvragen:
1. Dient de in de Bvt neergelegde interne rechtspositie en de actuele uitvoeringspraktijk daarvan de doelstelling van een evenwichtige verhouding tussen de dimensies van beveiliging, behandeling en rechtsbescherming?
2. Is de Bvt als interne rechtspositieregeling voldoende berekend op het toekomstige landschap van de Forensische zorg?
Om over de gehele regeling een oordeel te kunnen vellen, zullen wij ons als gezegd richten op beschreven of ervaren knelpunten. Als meer specifieke onderzoeksvragen worden dan ook geformuleerd:
a. Welke knelpunten ten aanzien van de in de Bvt neergelegde rechtspositie worden in eerdere evaluaties en de praktijk van de tenuitvoerlegging gesignaleerd?
b. Hoe zijn die knelpunten te beoordelen als onderdeel van een adequate rechtspositie binnen een inrichting voor tbs-gestelden als zodanig?
c. Hoe zijn die knelpunten te beoordelen als onderdeel van een geheel dat een (actueel optimaal) evenwichtige verhouding tussen de doelstellingen van beveiliging, behandeling en rechtsbescherming realiseert?
d. Hoe zijn die knelpunten te beoordelen als onderdeel van een rechtspositieregeling die de door de Wet forensische zorg beoogde dynamiek (in de toekomst) mogelijk maakt?
e. Is op basis van deze beoordeling heroriëntatie van uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de Bvt nodig?
d. En tot welke concrete wijzigingen in de Bvt en lagere regelgeving geeft deze beoordeling aanleiding?
1. Dient de in de Bvt neergelegde interne rechtspositie en de actuele uitvoeringspraktijk daarvan de doelstelling van een evenwichtige verhouding tussen de dimensies van beveiliging, behandeling en rechtsbescherming?
2. Is de Bvt als interne rechtspositieregeling voldoende berekend op het toekomstige landschap van de Forensische zorg?
Om over de gehele regeling een oordeel te kunnen vellen, zullen wij ons als gezegd richten op beschreven of ervaren knelpunten. Als meer specifieke onderzoeksvragen worden dan ook geformuleerd:
a. Welke knelpunten ten aanzien van de in de Bvt neergelegde rechtspositie worden in eerdere evaluaties en de praktijk van de tenuitvoerlegging gesignaleerd?
b. Hoe zijn die knelpunten te beoordelen als onderdeel van een adequate rechtspositie binnen een inrichting voor tbs-gestelden als zodanig?
c. Hoe zijn die knelpunten te beoordelen als onderdeel van een geheel dat een (actueel optimaal) evenwichtige verhouding tussen de doelstellingen van beveiliging, behandeling en rechtsbescherming realiseert?
d. Hoe zijn die knelpunten te beoordelen als onderdeel van een rechtspositieregeling die de door de Wet forensische zorg beoogde dynamiek (in de toekomst) mogelijk maakt?
e. Is op basis van deze beoordeling heroriëntatie van uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de Bvt nodig?
d. En tot welke concrete wijzigingen in de Bvt en lagere regelgeving geeft deze beoordeling aanleiding?
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Place of Publication | Den Haag |
| Publisher | Boom Juridische Uitgevers |
| Commissioning body | Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC) |
| Number of pages | 190 |
| ISBN (Electronic) | 978-94-6274-612-1 |
| ISBN (Print) | 978-94-6290-284-8 |
| Publication status | Published - 22 Aug 2016 |
Bibliographical note
In dit rapport zijn relevante ontwikkelingen tot en met april 2016 verwerkt.Research programs
- SAI 2005-04 MSS
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver