Parkeren bij een festival is een zelfstandige prestatie

Nino Arzini, JPWHT Becks

Research output: Contribution to journalCase noteProfessional

Abstract

Belanghebbende organiseert jaarlijks een meerdaags festival. Bezoekers kunnen een parkeerkaart kopen. Het hof oordeelt dat de parkeerdienst vanuit het perspectief van de gemiddelde bezoeker van het festival een afzonderlijk belang heeft ten opzichte van het bezoek aan het festival. Een niet onaanzienlijk deel van de bezoekers komt niet met de auto naar het festival. Voor hen is de parkeerdienst niet van belang. Bezoekers die dat wel doen, hebben er belang bij om de auto voorafgaand aan het bezoek van het festival te kunnen achterlaten op een parkeerplaats en zijn bereid daarvoor afzonderlijk te betalen. Het parkeren van de auto houdt daarom alleen verband met de wijze waarop een deel van de bezoekers het festival bereikt en niet met het verblijf op het festival zelf.

Het hof is dan ook met de rechtbank van oordeel dat de door belanghebbende verrichte handelingen niet één ondeelbare economische prestatie vormen, maar dat het gebruikmaken van de parkeerdienst een doel op zich is. Daaraan doet niet af dat het in deze zaak een tijdelijk ingericht parkeerterrein betreft en dat het parkeerterrein alleen wordt gebruikt door bezoekers van het festival.

(Hoger beroep ongegrond.)
Original languageDutch
Article number2983
JournalNederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht
Volume2021
Issue number37
Publication statusPublished - 16 Sep 2021

Court cases

CourtGerechtshof Amsterdam
Date of judgement20/07/21
ECLI IDECLI:NL:GHAMS:2021:2269

Cite this