Abstract
Klager is een van de oprichters van een instelling voor de beoordeling van en advisering over arbeidsongeschikte werknemers. Verweerster heeft van 2006 tot 2010 als neuroloog voor de instelling gewerkt. Klager verwijt verweerster dat zij zonder klager hierover te informeren op zijn naam medische onderzoeken heeft aangevraagd. Het college is van oordeel dat klager ten aanzien van de eerste tuchtnorm niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende in de zin van art. 65 lid 1 onder a Wet BIG. Klager is niet-ontvankelijk voor zover zijn klacht betrekking heeft op het handelen van verweerster in strijd met de eerste tuchtnorm.
Ten aanzien van de tweede tuchtnorm oordeelt het college dat klager oneigenlijk gebruik maakt van het tuchtrecht. De manier van werken waarbij alle aanvragen vanuit de instelling op naam van klager werden uitgeschreven, is met de oprichters besproken. Niet is gebleken dat klager op dat moment bezwaar heeft gemaakt. Vanuit het oogpunt van de individuele gezondheidszorg laat het zich bovendien niet verklaren dat klager alleen tegen verweerster een klacht heeft ingediend. Ook voor wat betreft de tweede tuchtnorm is klager derhalve nietontvankelijk.
Ten aanzien van de tweede tuchtnorm oordeelt het college dat klager oneigenlijk gebruik maakt van het tuchtrecht. De manier van werken waarbij alle aanvragen vanuit de instelling op naam van klager werden uitgeschreven, is met de oprichters besproken. Niet is gebleken dat klager op dat moment bezwaar heeft gemaakt. Vanuit het oogpunt van de individuele gezondheidszorg laat het zich bovendien niet verklaren dat klager alleen tegen verweerster een klacht heeft ingediend. Ook voor wat betreft de tweede tuchtnorm is klager derhalve nietontvankelijk.
Original language | Dutch |
---|---|
Journal | Gezondheidszorg Jurisprudentie |
Volume | 15 |
Issue number | 5 |
Publication status | Published - 4 Aug 2018 |