Rustig loon

Research output: Contribution to journalCase noteProfessional

Abstract

In deze noot staan verschillende juridische vragen centraal, zoals de gebondenheid aan een collectieve afspraak niet zijnde een cao en de uitleg van een cao-bepaling. Houweling richt zich evenwel op twee andere vragen die het hof beantwoordde, te weten (a) valt een ‘onregelmatigheidstoeslag’ onder vakantieloon in de zin van artikel 7:639 BW en (b) luidt het antwoord op (a) anders voor wat de bovenwettelijke vakantiedagen betreft? Het tweede arrest dat hij bespreekt is de uitspraak van het Hof van Justitie EU 20 juli 2016. In dit arrest staat onder meer de vraag centraal wat heeft te gelden bij non-actiefstelling direct voorafgaand aan einde dienstverband en de uitbetaling van vakantiedagen. Volgens het Hof komen in dat geval vakantiedagen niet voor vergoeding in aanmerking bij einde dienstverband. Heeft dit arrest gevolgen voor de Nederlandse praktijk van beëindigingsregelingen waarin wel of juist geen afspraken over vakantietegoeden zijn gemaakt? Houweling concludeert dat het supranationale recht soms minder bescherming voorschrijft dan waarin het nationale recht voorziet. Hierdoor is soms EU-recht niet nodig om de gewenste bescherming te bereiken terwijl omgekeerd het EU-recht niet mag worden misbruikt om nationale bescherming buiten toepassing te laten.
Original languageDutch
JournalAR Updates
Volume2016
Issue number817
Publication statusPublished - 2016

Court cases

TitleAR Updates 2016/817
CourtHof van Justitie van de Europese Unie
Date of judgement20/07/16

Cite this