Superdiversiteit. Een nieuwe visie op integratie

MRJ Crul

Research output: Contribution to journalArticlePopular

Abstract

Minister Lodewijk Asscher kondigde een tijdje geleden in een interview zijn participatiecontract aan. Ondertussen hebben we een paar roerige weken achter de rug, met het pleegkind Yunus, met Asscher die niet het eerste exemplaar van de Nederlandstalige Turkse krant Zaman in ontvangst wilde nemen en met het ‘Marokkanen-debat’ dat als een boemerang op Wilders terug sloeg. De discussie in de kranten en de sociale media laat bovenal zien dat het integratiedebat volledig op slot zit. Dit terwijl we aan de vooravond staan van een belangrijk historisch omslagpunt. De vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht worden in de komende jaren alle vier zogenaamde meerderheids minderheden steden. In Amsterdam is het kantelmoment al bereikt. Sinds 1 Januari 2011 is de bevolkingsgroep van Nederlandse afkomst volgens de officiële telling van O+S met 49% reeds een minderheid geworden. Een tweede grote verandering is dat de klassieke minderheidsgroepen zoals Surinaamse, Antilliaanse, Marokkaanse en Turkse Nederlanders onderhand de gevestigde groepen in deze steden zijn geworden. De groep met de langste en meest stabiele woongeschiedenis in Amsterdam wordt namelijk gevormd door vrouwen van Marokkaanse afkomst. Deze omkering van meerderheid en minderheid en die van gevestigden en nieuwkomers gaat gelijk op met een derde trend: de toenemende diversiteit binnen etnnische groepen. Met aan de ene kant een groeiende groep hoogopgeleide yuppies en aan de andere kant een groep die sociaal economisch achterblijft. Onze grote steden worden, om met de Amerikaanse socioloog Steve Vertovec te spreken, superdivers. Dit vraagt om een nieuw integratieperspectief. Want wie moet zich in de superdiverse stad aanpassen aan wie? Moet het kind dat als een derde generatie Amsterdamse Marokkaan opgroeit zich aanpassen aan de student die nieuw uit een kleine stad in Twente naar Amsterdam komt? Wie zou die aanpassing bovendien moeten afdwingen in dagelijkse situaties waarin mensen van Nederlandse afkomst steeds vaker zelf een minderheid zijn? In Amsterdam is van de jongeren onder de 15 jaar nog slechts één op de drie van Nederlandse afkomst. Het participatiecontract van Asscher is ‘oud’ integratie denken en gezien de getalsverhouding in de grote steden ook een gepasseerd station. Niet een participatiecontract leidt tot emancipatie maar de kans om te participeren leidt tot emancipatie. De vraag moet zijn: wat zijn de optimale voorwaarden voor participatie? In het boek Superdiversiteit. Een nieuwe visie op integratie worden die voorwaarden geschetst.
Original languageDutch
Number of pages1
JournalUnknown
Publication statusPublished - 15 Apr 2013

Cite this