Verdient het beroepsrecht van de arts codificatie als strafuitsluitingsgrond in het Wetboek van Strafrecht?

Research output: Contribution to journalArticleAcademic

Abstract

De arts, die binnen de grenzen van de door de regelgeving op de geneeskunde geregelde kunst bij een patiënt een ziek been afzet, brengt de patiënt in strafrechtelijke termen 'zwaar lichameljk letsel' toe. Tochis evident dat de arts niet strafbaar dient te zijn; op welke dogmatische gronden is dit zo? Hoe is de wettelijke regeling en de praktijk van een straf- en gezondheidsrecht? En zou dit eventueel veranderd moeten worden? Verkend wordt de mogelijkheid van een strafuitslutingsgrond voor de medicus in het Wetboek van Strafrecht. Conclusie is dat het niet strikt noodzakelijk is in verband met problemen in de praktijk (iedereen weet of 'voelt' immers wel dat de arts in rechtmatige uitoefening van zijn beroep niet strafbaar behoort te zijn), maar dat het ook geen kwaad kan deze strafuitsluitingsgrond op te nemen, gezien de volledigheid en dogmatiek.
Original languageDutch
Pages (from-to)549-557
Number of pages9
JournalArs Aequi
Volume2011
Issue number7/8
Publication statusPublished - 2011

Cite this