Vergunninghouders hoeven niet individueel te worden geïnformeerd over tariefverhoging in verordening precariobelasting

Research output: Contribution to journalCase noteProfessional

Abstract

X is ijsco-venter en beschikt over een doorlopende vergunning voor twee standplaatsen in de gemeente Epe. Voor 2015 zijn hiervoor door de gemeente Epe aanslagen precariobelasting opgelegd van € 546 en € 553. Vanaf 2016 vervalt de maximering van 300% voor het voor één dagdeel geldende tarief, wat leidt tot aanslagen in 2016 van € 1458 en € 1989 en in 2017 van € 1475 en € 2012. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden had de gemeente X vooraf moeten informeren over de nieuwe tariefstelling. Het is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel om belastingplichtigen rauwelijks achteraf met een aanzienlijke verhoging te confronteren, zonder hen vooraf in staat te stellen de doorlopende vergunning tijdig in te trekken. De aanslagen van 2016 worden daarom door het hof verminderd conform die van 2015. De Hoge Raad oordeelt dat de gemeente aan haar voorlichtende taak heeft voldaan door de Verordening precariobelasting 2016 in het Gemeenteblad te publiceren. Er is geen verplichting om bepaalde belastingplichtigen specifiek te informeren over het hogere tarief. De Hoge Raad verwijst het geding naar Hof ’s-Hertogenbosch voor het behandelen van de stelling dat de gemeente, bij haar beslissing om de maximering van het tarief voor houders van een vergunning voor een vaste standplaats te laten vervallen, de gerechtvaardigde belangen van de vergunninghouders niet heeft meegewogen.
Original languageDutch
Article number39
JournalFiscaal Weekblad FED
Volume6
Issue number39
Publication statusPublished - Mar 2021

Court cases

CourtHoge Raad der Nederlanden
Date of judgement8/01/21
ECLI IDECLI:NL:HR:2021:34

Cite this