Abstract
EQ is in Luxemburg als advocaat ingeschreven. Sinds 2004 vertegenwoordigt hij handelingsonbekwame meerderjarigen als mandataris, curator en voogdijbeheerder. Hiervoor ontvangt EQ een forfaitair vastgesteld honorarium waar het Luxemburgse ministerie van Justitie voor in staat. De verwijzende rechter vraagt zich ten eerste af of EQ een economische activiteit verricht. Indien dat het geval is, vraagt deze rechter zich af of deze diensten nauw samenhangen met maatschappelijk werk en met de sociale zekerheid en of een advocaat voor de onderneming die hij exploiteert, erkend kan worden als instelling van sociale aard. Ten slotte legt de verwijzende rechter het HvJ de vraag voor of het vertrouwensbeginsel zich tegen naheffing verzet wanneer de belastingdienst gedurende meerdere jaren de btw-aangiften van EQ heeft aanvaard en EQ de verschuldigde btw niet kan terugvorderen bij degenen die de vergoedingen aan hem hebben betaald.
Het HvJ overweegt dat EQ zijn diensten onder bezwarende titel verricht nu hij een – weliswaar forfaitaire – vergoeding ontvangt voor de verrichte diensten. Eveneens is sprake van een economische activiteit, ook al worden de diensten in sommige gevallen door EQ verricht tegen een vergoeding die onder de kostprijs ligt. De verrichte diensten kwalificeren voorts als diensten die nauw samenhangen met maatschappelijk werk en de sociale zekerheid, aangezien zij ertoe strekken de handelingsonbekwame meerderjarigen te beschermen. Het is aan de verwijzende rechter om te onderzoeken of Luxemburg zijn bevoegdheid heeft overschreden door niet te voorzien in een mogelijkheid voor dienstverrichters als EQ om te worden erkend als instelling van sociale aard. Ten slotte oordeelt het HvJ dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden, omdat de aanvaarding van btw-aangiften niet kan worden gezien als een precieze toezegging van de belastingdienst.
Het HvJ overweegt dat EQ zijn diensten onder bezwarende titel verricht nu hij een – weliswaar forfaitaire – vergoeding ontvangt voor de verrichte diensten. Eveneens is sprake van een economische activiteit, ook al worden de diensten in sommige gevallen door EQ verricht tegen een vergoeding die onder de kostprijs ligt. De verrichte diensten kwalificeren voorts als diensten die nauw samenhangen met maatschappelijk werk en de sociale zekerheid, aangezien zij ertoe strekken de handelingsonbekwame meerderjarigen te beschermen. Het is aan de verwijzende rechter om te onderzoeken of Luxemburg zijn bevoegdheid heeft overschreden door niet te voorzien in een mogelijkheid voor dienstverrichters als EQ om te worden erkend als instelling van sociale aard. Ten slotte oordeelt het HvJ dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden, omdat de aanvaarding van btw-aangiften niet kan worden gezien als een precieze toezegging van de belastingdienst.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Article number | 1473 |
| Journal | Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht |
| Volume | 2021 |
| Issue number | 18 |
| Publication status | Published - 6 May 2021 |
Court cases
| Court | Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen |
|---|---|
| Date of judgement | 15/04/21 |
| ECLI ID | ECLI:EU:C:2021:277 |
Research programs
- SAI 2007-05 FA
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver