Abstract
In deze bijdrage zetten aurteurs aan de hand van een concreet cijfervoorbeeld en het beslismodel van het HvJ uiteen waarom alle varianten van de bijheffing uit de Pijler 2-richtlijn reeds in het fundament botsen met de internemarktgedachte en de rechtstreeks werkende verkeersvrijheden. Onder de bijheffingen bestaan verschillen in behandeling tussen binnenlandse en landgrensoverschrijdende situaties. Deze verschillen resulteren in ongerechtvaardigde de-factobelemmeringen. De kern van dit rechtstekort ligt in de gekozen benadering waarin de bijheffing wordt bepaald per staat (jurisdictional blending). Dit, terwijl de interne markt gaat over het bewerkstelligen van een ruimte zónder binnengrenzen waarbinnen productiefactoren en goederen en diensten zich ongehinderd moeten kunnen bewegen (regional blending). Mogelijke oplossingsrichtingen zijn het introduceren van (EU) regional blending of het intrekken van de Pijler 2-richtlijn. Dat laatste al dan niet onder gelijktijdige introductie van een geharmoniseerde competitieve vennootschapsbelasting voor de interne markt. Worden geen maatregelen getroffen, dan lijkt het slechts een kwestie van tijd tot het HvJ de bijheffingsmechanismen in hun essentie onverenigbaar met het Unierecht zal verklaren.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Article number | NLF-W 2025/18 |
| Number of pages | 28 |
| Journal | NLFiscaal Wetenschappelijk |
| Publication status | Published - 11 Jun 2025 |
Research programs
- SAI 2007-05 FA